Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/users/hwaraftp/hwarang.eu/include/global.php on line 47
hwarang
logonieuwsinformatieagendafoto'sprojectenlinksarchiefcontact
nederlands english
De erfgenaam van Sibpalki, Kim Gwang-suk, wordt door zijn leerlingen ‘seonsaengnim’ genoemd, wat ‘leraar’ betekent. Grootmeester is een benoeming die feitelijk niet thuishoort in de terminologie van traditionele Koreaanse vechtkunsten. De export van Oosterse krijgskunsten naar het Westen begon met de Japanse. Daardoor werd het traditie om alle Oosterse krijgskunsten te bekijken met Japanse maatstaven. Andere Oosterse vechtkunsten kregen in het Westen sneller voet aan de grond door de Japanse terminologie en structuur te adopteren. Het gebruik van titels als Dojunim, Kwanjangnim, Kuksanim etc. is een recent verschijnsel.

Kim Gwang-suk is geboren in 1936 in Hoengseong, de provincie Gangwondo in Zuid Korea. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zocht de familie van Kim toevlucht in het Jiri gebergte, in een klein gehucht “Munam” genaamd, op de grens van Wichi-myeon van de gemeente Jangheung, Doam-myeon van de gemeente Hwasun en Dado-myeon van de gemeente Naju, in de provincie Zuid Jeolla Province. In Munam kreeg Kim onderricht in Koreaanse gevechtskunsten van Yun Myeong-deok.

Tijdens de Koreaanse Oorlog in 1950-1953, kreeg Yun het ouderlijk gezag over Kim. Inmiddels woonachtig in Busan vervolgden zij de studie van gevechtskunsten. Yun gaf ’s avonds en ’s nachts les in de omgeving van Ami-dong terwijl zij overdag moesten werken om te voorzien in hun levensonderhoud. Zo heeft Yun tot in detail de 18 essentiele martial arts, oftewel Sibpalki, overgedragen aan Kim. Dit zijn de gevechtskunsten zoals beschreven in de Muyedobotongji, de militaire publicatie van de Joseon. Het boek speelde op zich geen rol bij de mondelinge en praktische overdracht tussen Yun en Kim maar vele jaren later, toen Kim voor het eerst een kopie van de Muyedobotongji in handen kreeg, herkende hij dit onmiddellijk als de handleiding voor de methoden zoals Yun hem die had geleerd.

Na een korte carriere in handel en politiek, trok Kim zich als late twintiger 6 jaar lang terug in een kleine Boeddhistische tempel voor bezinning en vechtkunstbeoefening. Teruggekeerd in de maatschappij begon Kim met het lesgeven in Sibpalki, overtuigd van haar waarde voor zowel het individu als de maatschappij. In Kim’s optiek misten de moderne gevechtskunsten die op dat moment in trek waren in Korea, de opeengestapelde wijsheid en diepgang in bewegingsleer uit de klassieke gevechtsleer en -kunde. Hij zag de noodzaak om ’s lands traditionele gevechtskunsten te herintroduceren als antwoord op de inmiddels alom gangbare martial arts uit Japan zoals Judo en Kendo en de recentelijk geassimileerde Japanse martial arts zoals Taekwondo en Hapkido. Daarom opende Kim in 1970 zijn school ‘Hangukmuyewon’ (Koreaanse Vechtkunst Academie).

De heersende opinie in Korea was dat alle oorspronkelijke Koreaanse vechtkunsten waren uitgeroeid. Taekwondo en het volksspel Taekkyeon waren in opkomst. Men zag Sibpalki daardoor als een aftakking van Chinese vechtkunsten die zich op dat moment snel in Korea verspreidden door de grote groepen Chinese immigranten die de politieke malaise in Maoistisch China ontvluchtten. Ontmoedigd door al het onbegrip sloot Kim zijn school.

Enkele jaren later kwam Sim U-seong, een folklore onderzoeker, hem op het spoor. Sim speurde naar aanwijzingen van Koreaanse vechtkunsten in de overtuiging dat zij belangrijke broninformatie zouden bevatten voor volksdansen en andere volkstradities. In 1986 begon een diepgravend onderzoek dat de technieken en methoden van Sibpalki analyseerde en vergeleek met de Muyedobotongji. In datzelfde jaar vond de eerste Sibpalki demonstratie plaats in het kleine Batanggol Theater in Seoul. Dit was de eerste openbaarmaking van traditionele Koreaanse vechtkunst in de moderne tijd.

Met de publicatie van het boek ‘Technische Analyse van de Muyedobotongji’ (Muyedobotongji Silgi Haeje) in 1987 kwam Sibpalki in de belangstelling, met name bij universiteitsstudenten. Kim werd hierdoor gemotiveerd om Sibpalki verder te beschrijven in zowel theoretisch als practisch perspectief. Het resultaat was een reeks boeken: Essentie van Vuist Technieken (Gwonbeop Yogyeol, 1992); Het Klassieke Koreaanse Zwaard (Bongukgeom, 1995) en het Tekstboek voor Speer- en Staftechnieken van de Joseon (Joseon Changbong Gyojeong, 2003).

Kim staat aan het hoofd van de Korea Sibpalki Association, opgericht in 1981.
Een aantal leerlingen van Kim richtten in 2001 de Vereniging voor het Behoud van Sibpalki op om de martial arts tradities levend te houden door demonstraties te geven op historische locaties.